Ranjana Zwijnenberg verteld de waarheid

DE WAARHEID IS HARD WE WILL BE VICTORIOUS KLOKKENLUIDERS!!!
WE WILL BE VICTORIOUS KLOKKENLUIDERS!!!

vrijdag 11 augustus 2017

Beschermd door justitie, leven kapot

Beschermd door justitie, leven kapot


Getuige tegen wietbende

Hij wordt kaalgeschoren en gemarteld in een Bredase loods, doet aangifte en brengt maanden door op een geheime locatie. Een Brabantse getuige beschrijft wat er met je gebeurt als je beschermd moet worden door politie en justitie.



Bram Endedijk
  

  9 augustus 2017  



Deze tekeningen zijn bedoeld als illustratie: de afgebeelde personen en situaties zijn niet waarheidsgetrouw.



        


Hij weet het: hij had niet moeten gaan. Het is 11 september 2016, een bewolkte zondagavond. In zijn auto ligt een fles whisky, van huis meegenomen als medicijn tegen de klappen die ongetwijfeld zullen volgen. Een paar slokken. Hij twijfelt, maar als hij niet gaat, staan ze straks wellicht bij de school van zijn zoon. Dus stapt hij de Bredase loods binnen. Wat moet hij anders?

In de loods gaat hij op een barkruk zitten. Achter hem zit een aantal mannen, in een halve cirkel om hem heen. Hij wordt geslagen. Dan trekt iemand een vuurwapen. Een tondeuse bromt. Hij moet stil blijven zitten terwijl al zijn haren op de grond vallen. Ze pakken een nijptang, zijn pink moet eraf. Iemand geeft hem een geel vaatdoekje met een zaagje erop. Hij moet zijn eigen vinger afzagen.

„Stop, stop”, zegt iemand.




Het vuurwapen is er weer. Ze zetten het op zijn hoofd. Hij mag zelf aftellen, zeggen ze. Dat vertikt hij. Dan wordt er afgeteld. Vijf, vier … Hij denkt dat het is afgelopen. Drie, twee … Denkt aan zijn zoontje, dat hij nooit meer zal zien. Een, nul …

Mannen uit de wietwereld


Reactie OM Inspraak bij beveiliging is ‘beperkt’

Dit is het verhaal van Martinus. De zaak waarin hij aangifte heeft gedaan wordt begin november inhoudelijk behandeld. Martinus’ volledige naam is bekend bij de redactie. Delen van het verhaal worden ondersteund door documenten die NRC heeft kunnen inzien.

Het OM Zeeland-West-Brabant zegt in een reactie dat het „geen mededelingen doet aangaande bescherming van personen of de wijze waarop dit is georganiseerd”.

Een woordvoerder zegt namens het Stelsel Bewaken en Beveiligen dat het niveau van beveiligingsmaatregelen in algemene zin niet wordt bepaald door de variant van beveiliging. Volgens de woordvoerder staat de veiligheid van de persoon centraal en is de „inspraak op de vormgeving van de beveiliging beperkt”.

Het is woensdag 14 september 2016 als een man met kaal hoofd binnenstapt bij een politiebureau in Brabant. Hij heet Martinus en vertelt dat hij ernstig mishandeld is in een loods, nadat hij lange tijd door mannen uit de wietwereld is bedreigd.

„Je slaapt niet thuis vanavond”, reageert de politie. ’s Nachts brengen ze hem naar een hotel, ver weg van zijn woonplaats. Hij mag met niemand contact opnemen, ook niet met zijn ouders. Kort daarna tekent hij, op advies van de politie, een contract met als kop: ‘Overeenkomst opvang veilige locatie’.

De dreiging van de mannen in de loods is zo groot dat naar huis gaan voor hem te gevaarlijk is. Martinus tekent de overeenkomst op 19 september 2016. Hij zal in de rechtszaak tegen de mannen naar verwachting een belangrijke getuige zijn.

Martinus’ achternaam kan om veiligheidsredenen niet gepubliceerd worden. Als Martinus samen met zijn advocaat Peter Schouten zijn verhaal doet, valt hij soms even stil. Dan komen de tranen, vooral als hij terugdenkt aan de maanden dat hij beschermd moest worden. „Ik wil mijn verhaal vertellen om uit te leggen wat er met je gebeurt als je door de overheid beschermd moet worden na een aangifte. Ik heb te maken gehad met heel goede agenten. Maar de organisatie rammelt, er lijkt totaal niet over te zijn nagedacht.”

Geldproblemen

In de maanden nadat hij het contract heeft getekend, stopt het inkomen van Martinus; hij kan niet meer naar zijn werk. Hij krijgt geldproblemen, kan geen contact meer opnemen met zijn vrienden en vanwege de veiligheid kan zijn zoon niet meer bij hem wonen. Martinus zegt steeds meer spijt van zijn aangifte te krijgen.

Lees meer over drugscriminaliteit in Brabant: Zachte g, harde criminelen

Er bestaan verschillende categorieën getuigen die overheidsbescherming krijgen. De zwaardere gevallen vallen onder het Team Getuigenbescherming. Dat team van de landelijke eenheid van de politie opereert onder gezag van het landelijk parket van het OM. Dit programma geldt bijvoorbeeld voor de bekende kroongetuige Peter la S. van het Passage-proces.

Daarnaast bestaat het Stelsel Bewaken en Beveiligen, een samenspel van verschillende overheidsdiensten. Daaronder vallen ook mensen die niet getuigen in strafzaken. Martinus valt onder de regionale variant van dit stelsel. Hij is feitelijk geen beschermde getuige maar een getuige die beschermd wordt.

Per getuige die beschermd wordt, kunnen de voorwaarden en maatregelen wisselen, die in een overeenkomst worden vastgelegd. Martinus tekende zijn overeenkomst zonder dat daar een advocaat bij aanwezig was, terwijl hij daar naar eigen zeggen wel om heeft gevraagd. Daarop zou hem zijn medegedeeld dat dit niet nodig is, omdat hij „geen verdachte” is.


“Martinus tekende zijn overeenkomst zonder dat daar een advocaat bij aanwezig was, terwijl hij daar naar eigen zeggen wel om heeft gevraagd”

In de praktijk bestaat er een groot verschil tussen de beschermingsvormen, zegt strafrechtadvocaat Sander Janssen, die in 2013 promoveerde op een onderzoek naar kroongetuigen en getuigenbescherming. „Als je onder het Team Getuigenbescherming valt, kun je best veel invloed hebben op hoe je beschermd wordt. Terwijl je je bij het Stelsel Bewaken en Beveiligen veel meer hebt te schikken naar de aanwijzingen van de staat.” De grote boeven weten dat, zegt Janssen. „Die verklaren dus niet voordat ze hun bescherming zwart op wit hebben geregeld. Want als je eenmaal hebt verklaard, is het vaak te laat. Dan heeft het OM je verklaring al, en heb je nauwelijks nog mogelijkheden eisen te stellen aan de wijze van beveiliging.”

Volgens Janssen is de manier waarop getuigen beschermd worden nu te ondoorzichtig. „Het is een blinde vlek, het moet veel transparanter. De verschillende voorwaarden waar een getuige zich aan moet houden, komen zelden naar buiten. Gewone burgers weten zo nauwelijks waar ze mee te maken kunnen krijgen.”



Ook in het document dat Martinus ondertekent, staan tal van voorwaarden. Zo is contact met journalisten verboden. Martinus zegt zich te realiseren dat dit verhaal ervoor kan zorgen dat de beveiliging stopt. Advocaat Schouten: „Wij hebben nu meer vertrouwen in openheid dan in de overeenkomst. We doen dit omdat we vinden dat het programma tekortschiet in doen wat het zou moeten doen: getuigen beschermen.”

Het is 2008 als de ellende voor Martinus begint. Hij heeft schulden, een vriend biedt aan 1.200 euro voor te schieten. Een gewone lening, denkt Martinus, zonder een spoor van criminaliteit. Maar een paar maanden later staat zijn achterbuurman op de stoep. „Een onderwereldfiguur”, volgens Martinus. Hij zei: „Jij hebt een schuld bij mij, ik wil het terug. Als je dat niet doet, ben je opgejaagd wild.”

Als tegenprestatie moet Martinus in Wouw een woning hennepplanten beheren. Een groep van vier mannen houdt in de gaten of alles goed gaat. Maar Martinus laat per ongeluk een tuinslang lopen. Door de wateroverlast wordt de plantage ontdekt als hij er niet is. Om het goed te maken met zijn schuldeiser, moet hij een wietplantage in zijn eigen huis nemen.

Lees ook: In het riool valt de geur van drugschemicaliën niet op

Op een dag trekt Martinus het niet meer. Hij vlucht naar een andere woning, en zegt tegen de mannen dat hij wil stoppen. Dat valt verkeerd: diezelfde avond krijgt hij klappen. Hij moet zich twee dagen later melden in de loods in Breda.

Aan een boom vastbinden

Nadat ze hem in de loods met het vuurwapen hebben bedreigd, pakt iemand een muntstuk. „Kop of munt”, vragen ze. Als Martinus verliest, zeggen ze, binden ze hem in het bos aan een boom vast. Martinus kiest kop, en heeft geluk: het is vier keer kop. De avond eindigt als Martinus toezegt dat hij wekelijks 350 euro zal afgeven aan de mannen, nagenoeg zijn hele salaris. Hij mag naar huis. De volgende dag belt hij de politie, die meteen beschermende maatregelen regelt.


Advocaat Plasman ‘Gevolgen niet te overzien’

Het verhaal van Martinus wordt herkend door advocaat Peter Plasman, die meerdere cliënten heeft bijgestaan die te maken kregen met getuigenbescherming: „Het beschermen van getuigen botst soms met de belangen van diezelfde getuige.”

Plasman vindt de voorwaarde dat Martinus zijn eigen medische kosten zou moeten dragen onredelijk. „Dit gaat om de gezondheid van iemand. Het is mogelijk dat hier misbruik is gemaakt van iemands onwetendheid.”

Volgens Plasman kunnen getuigen die beschermd moeten worden de gevolgen niet altijd overzien. „Daarom vind ik dat er altijd een advocaat bij moet zijn. Zo’n getuige staat onder druk en kan niet altijd al zijn belangen afwegen.”

Martinus hopt van vakantiepark naar vakantiepark, met een kogelvrij vest naast zich op de achterbank, totdat hij onderdak vindt bij een vriend. Maar de voorwaarden van het contract blijven gelden: zonder toestemming mag hij met niemand contact hebben.

Een uitkering aanvragen is lastig: het is te onveilig om naar het gemeentehuis te gaan. De eerste twee maanden heeft hij geen inkomen, daarna krijgt hij ‘zakgeld’: per week 30 euro voor de vriend bij wie hij verblijft en 20 euro voor zichzelf. Pas na enkele maanden komt de uitkering rond, met terugwerkende kracht. „Het leven op een vakantiepark is duur”, vertelt Martinus. „Alleen een wasje is al 10 euro. Soms had ik zelfs te weinig geld om te eten. Maar ze vroegen wel of ik voor een gesprek met mijn contactpersoon naar Breda kon komen. Ik zat op drie kwartier reizen, had geen geld voor vervoer. ‘Dan leen je dat maar’, werd me gezegd.”

Sinds de gebeurtenissen in de loods heeft Martinus nachtmerries, hij wil medische hulp. Maar volgens het contract vindt „consultatie alleen plaats na toestemming van de contactpersonen”. Om ontdekking van de locatie te voorkomen, gaat dat buiten de verzekering om. En, zo staat er: „De kosten voor medische of psychische hulp zijn [...] in principe voor uzelf.” Martinus: „Toen ik aangaf een dokter te willen zien, werd me verteld dat dit niet mogelijk was. Ze konden geen arts over laten komen.” Pas na een e-mail van zijn advocaat kan hij een dokter zien, maar psychische hulp blijft uit.

Als Martinus een tijdje op verschillende adressen verblijft, krijgt hij bezoek van hulpverleners. Hun conclusie is dat zijn zoon voor de veiligheid naar Martinus’ ouders moet. „Ik kon niks doen, want anders zou ik op straat staan”, zegt Martinus. „Maar toen voelde ik me harder gestraft dan degenen die me dit aangedaan hebben. Ik was helemaal alleen, en ik dacht: ik zie hem nooit meer terug.”

Verdachten op vrije voeten

In maart van dit jaar zegt Martinus dat hij met zijn zoon herenigd wil worden. In een e-mail reageert de ‘maatregeladviseur’ van het programma Bewaken en Beveiligen dat als dit gebeurt „de politie de hoofdofficier van justitie adviseert de reeds genomen veiligheidsmaatregelen niet langer vanuit het Stelsel Bewaken en Beveiligen te handhaven”. Met andere woorden: als zijn zoon bij hem intrekt, vervallen de veiligheidsmaatregelen.

Inmiddels zijn alle zeven verdachten uit de loods op vrije voeten, in afwachting van hun proces. Maar als Martinus dit jaar voor een verhoor bij de rechter-commissaris zit, weet hij niet wat hij hoort. Zijn adres wordt opgelezen, in bijzijn van de advocaten van de verdachten. Advocaat Schouten: „Mijn mond viel open. Ik heb ingegrepen, men was er niet van op de hoogte dat dit niet zou kunnen. Het toont aan dat de systemen gewoon niet goed op elkaar zijn afgestemd.”

Brabantse zwijgcultuur

Getuigen zijn cruciaal in de aanpak van de problemen die de drugscriminaliteit in Brabant veroorzaken, zo lieten Brabantse burgemeesters al meerdere keren weten. Ze hekelen de zwijgcultuur in Brabant. Bewoners van Heusden kregen dit jaar nog een brief, waarin gevraagd wordt „niet weg te kijken” van drugscriminaliteit.

Schouten: „De overheid in Brabant hamert er almaar op dat burgers aangifte moeten doen tegen de onderwereld, maar dan moet zo iemand ook een goede begeleiding krijgen tijdens zijn bescherming. Het is niet de bedoeling dat de aangever eraan onderdoor gaat.”

De beschermingsmaatregelen zijn volgens Martinus nog steeds van kracht. De bescherming is niet per se permanent, en kan worden afgebouwd als de dreiging minder wordt. Martinus zou er ook zelf uit kunnen stappen.

Vertrouwen erin heeft Martinus niet meer. „Vanaf het moment dat ik dat document heb getekend, is mijn leven gestopt. Ik heb meer verloren dan gewonnen. Natuurlijk weet ik niet wat er gebeurd zou zijn als ik geen aangifte had gedaan, maar nu woont mijn zoon nog steeds niet bij me. Mijn schulden zijn alleen maar groter geworden. Ik heb mijn vrienden al een jaar niet meer gesproken.”

Naar verwachting wordt de strafzaak tegen de zeven mannen, die verdacht worden van afpersing in vereniging, eind dit jaar afgerond. „Ik word nog bijna elke nacht huilend wakker”, vertelt Martinus. „Dan roep ik heel hard ‘schiet dan, schiet dan’ in mijn slaap. Maar overdag lijkt de nachtmerrie gewoon verder te gaan. Mijn hele leven is verdwenen.”






Nee Lubbers, we hebben geen vluchtelingen nodig


Vervuil het debat over migratie niet door de economische bijdrage van vluchtelingen te roemen – die is er helemaal niet. Opvang van vluchtelingen is liefdadigheid, betoogt Jan van de Beek.



  9 augustus 2017  




Asielzoekerscentrum in Oude Pekela. Foto ANP  



        





Dr. Jan H. van de Beek (1968) is wiskundige en cultureel antropoloog. Hij promoveerde op een onderzoek naar de productie van migratie-economische kennis in Nederland. Meer over zijn werk op Demo-demo.nl.

Nederland moet 25.000 vluchtelingen via het hervestigingsprogramma van de VN opnemen per jaar (nu 500 per jaar), bepleitten oud-premier Ruud Lubbers en emeritus hoogleraar Paul van Seters in NRC. De cijfers 5.000 tot 25.000 waren genoemd door Jesse Klaver (GroenLinks) in de mislukte kabinetsonderhandelingen en vervolgens door VVD-fractievoorzitter Halbe Zijlstra van tafel geveegd. Lubbers en Van Seters vragen zich in hun opiniestuk hardop af: „Waarom moeten die getallen van tafel? Dienen die niet ook een belang van Nederland?” Mijn antwoord op die vraag is een volmondig ‘Nee!’.

De basisveronderstelling van Lubbers en Van Seters lijkt te zijn dat immigratie altijd economisch voordelig is. „Die gastarbeiders hebben een belangrijke bijdrage geleverd aan de wederopbouw van ons land”, schrijven zij.

Niets is minder waar! Gastarbeid heeft Nederland miljarden gekost. De gastarbeiders werden naar Nederland gehaald omdat de overheid destijds arbeidsmarktkrapte creëerde door de lonen kunstmatig laag te houden. Voor veel niet-innovatieve bedrijven een uitkomst. Ze profiteerden van de lage lonen en hoefden niet te investeren in kennis en machines.

Opiniestuk Lubbers & Van Seters: ‘Neem 25.000 vluchtelingen per jaar op’

Maar na de eerste en zeker na de tweede oliecrisis gingen veel van die bedrijven failliet of verplaatsten ze de productie alsnog naar lagelonenlanden. Dat was niet geheel onvoorzien: zoals ik in mijn proefschrift beschrijf had de directeur van de afdeling economische zaken van het ministerie van Sociale Zaken – het latere PvdA-kamerlid Berg – in 1967 al voor dit scenario gewaarschuwd.

Het gevolg was dat gastarbeiders massaal werden ontslagen. Doordat na de onafhankelijkheid van Suriname ook nog eens veel Surinamers instroomden op de arbeidsmarkt liep de werkloosheid onder niet-westerse allochtonen snel op. Een derde van hen zat begin jaren tachtig zonder werk.





Over de hele jaren tachtig en negentig lag de werkloosheid onder niet-westerse allochtonen gemiddeld bijna viermaal hoger dan onder autochtonen. De negatieve bijdrage voor de schatkist werd in een nooit gepubliceerde SCP-notitie van oud-SCP-onderzoeker Carlo van Praag uit 1987 voor de jaren 1987-2000 provisorisch op 53 miljard gulden geraamd, ongeveer 38 miljard euro nu. Het ging dan om kosten voor uitkeringen, gezondheid, onderwijs en minderhedenbeleid minus de afdrachten aan belasting en premies. Veel posten waren conservatief geschat of in het geheel niet meegenomen (zie paragraaf 7.2 van mijn proefschrift).

In 2003 verscheen er voor het eerst van een overheidsinstituut een uitvoerige berekening van de kosten van immigratie. Deze CPB-publicatie genaamd Immigration and the Dutch Economy kwam vooral op instigatie van hoofdonderzoeker Hans Roodenburg tot stand. De belangrijkste aanleiding voor hem was een vraag van journalist Frank Kalshoven die zich afvroeg hoe het toch mogelijk was dat er over die kosten en baten niet zakelijk gepraat kon worden. Vanuit mainstream politiek Den Haag bestond en bestaat hoegenaamd geen behoefte aan deze kennis.

Na tien jaar de helft nog een uitkering

Een centrale les die men uit deze CPB-studie kan trekken is: immigranten dragen alleen positief bij aan de schatkist als ze op de arbeidsmarkt beter presteren dan de gemiddelde Nederlander. Migranten die onderpresteren kosten de belastingbetaler geld. Dat geldt in het bijzonder voor immigranten met de karakteristieken van de toenmalige gemiddelde niet-westerse immigrant. Zij kostten de schatkist over hun hele verblijfsduur – afhankelijk van de leeftijd van binnenkomst – per persoon een bedrag van circa 50 tot 150 duizend en meer, uitgedrukt in euro’s van 2017.

De huidige asielmigranten presteren veel slechter op de arbeidsmarkt dan de gemiddelde niet-westerse immigrant. Van de asielzoekers die vanaf 1999 als volwassenen (20 jaar of ouder) immigreerden had zelfs na tien verblijfsjaren de helft een uitkering terwijl slechts een derde werk had. Berekeningen van mijn hand die zijn gebaseerd op het voornoemde CPB-rapport wijzen dan ook uit dat de kosten voor zowel eerste- als tweede-generatieasielmigranten op ruwweg drie ton per persoon geschat moeten worden.

Ook de asielmigranten die wel werken dragen vaak niet of nauwelijks bij. Velen van hen zijn ongeschoold of laaggeschoold en degenen die wel goed geschoold zijn functioneren vaak onder hun niveau. Dat komt omdat menselijk kapitaal – zoals scholing en werkervaring – nu eenmaal moeilijk is mee te nemen naar een ander land. Daardoor verdienen ze weinig en mensen die weinig verdienen zijn vanwege onze uitgebreide verzorggingsstaat niet zelden netto-ontvangers.

Snelle inburgering is een utopie

Lubbers en Van Seters stellen dat „25.000 VN-vluchtelingen die jaarlijks naar Nederland komen, mits zij in staat zijn in ons land in te burgeren en op korte termijn hun eigen boterham te verdienen, van grote waarde kunnen zijn voor ons allemaal”. In het licht van het voorgaande is die stelling onzinnig. Snelle inburgering is een utopie en ook zij die uiteindelijk wel aan de slag gaan, dragen vaak niet of nauwelijks bij. Daarnaast sprak het CPB in haar studie Rising Skill Premia: You ain’t seen nothing yet? uit 2003 reeds de verwachting uit dat de vraag naar de laaggeschoolde banen waarin velen terecht komen steeds verder af zal nemen.

Nog zwakker is dat Lubbers en Van Seters menen dat dergelijke immigratie een oplossing zou kunnen zijn voor de vergrijzing. Herhaaldelijk hebben demografen aangetoond dat het streven om de vergrijzing in Nederland op te lossen met immigratie leidt tot een explosieve bevolkingsgroei met tientallen miljoenen personen.

Hun pleidooi over de vermeende economische bijdrage van 25.000 extra asielmigranten per jaar is een vervuiling van het debat. Asielmigratie is gewoon liefdadigheid, die ons land miljarden kost. Liefdadigheid bovendien, die bijzonder slecht uitpakt voor de minst verdienenden in ons land, waaronder uitdrukkelijk ook eerdere cohorten immigranten.

Ik vind de keuzes van Ruud Lubbers en Paul van Seters tegenover de zwaksten in onze samenleving immoreel. Je kunt het natuurlijk met hen eens zijn, maar wees dan wel geïnformeerd en eerlijk over de feiten. Zodat de Nederlandse burger weet waar hij of zij aan toe is.